Bij een horizontaal gestuurde boring blijft het tracé dicht. Geen open sleuf over de volle lengte, geen omleiding, geen herstelwerk achteraf. Dat is het hele punt van de techniek. En het staat of valt met een vloeistof die blijft circuleren.
Die vloeistof is bentoniet: een mengsel op kleibasis dat het boorgat smeert, de wand op zijn plek houdt en het boorgruis terugvoert naar het oppervlak. Zolang dat rondgaat, gaat de boring door. Stopt het, dan staat alles stil, en in het slechtste geval raak je het boorgat kwijt.
Dit artikel gaat over wat je in dat circuit van een pomp vraagt, hoe dat per boorfase verschilt, en wat er aan de retourkant gebeurt.
Waarom boorvloeistof lastig is
Bentonietslurry is dik, stroperig en schurend. Die drie eigenschappen werken elk op een andere manier tegen een pomp.
Dik en stroperig betekent dat de vloeistof niet vanzelf meegaat. Schurend betekent slijtage, want het zand, stenen, kiezels en andere vervuiling uit het boorgat gaat door dezelfde pomp. Hierdoor moet er ruimte zijn om vaste delen door te laten zonder dat de boel vastloopt.
Daar komt bij dat de belasting niet constant is. Soms volle flow, soms bijna niets, soms een tijd niets terwijl de zuigleiding leegloopt. Een pomp die alleen goed werkt bij een vast werkpunt heeft het op een boorlocatie zwaar.
Drie fases, drie keer een ander werkpunt
Een boring is geen aaneengesloten handeling met één debiet.
De pilotboring is de eerste doorsteek. Het gat is nog klein, het volume vloeistof dat rondgaat is beperkt en de slurry is relatief schoon.
Het ruimen maakt het gat op maat. Er komt meer materiaal los, het spoelvolume loopt op en de slurry wordt dikker en vuiler.
Het terugtrekken brengt de leiding naar binnen. Er moet vloeistof beschikbaar blijven om het gat open en gesmeerd te houden, terwijl de weerstand verandert.
Kies daarom niet op één moment maar op de zwaarste fase van jouw tracé. Welke fase dat is hangt af van de diameter, de lengte en de grondslag, en dat is precies wat we voor het tracé doorrekenen.
Waarom een vortexpomp
Bij een gewone centrifugaalwaaier gaat het materiaal tussen de schoepen door, en die ruimte is beperkt. Bij een vortexwaaier gaat het erlangs in plaats van erdoorheen. Dat kost wat rendement, het scheelt verstoppingen, en het scheelt slijtage aan de waaier omdat het grofste materiaal er niet doorheen hoeft. In onze blog over vuildoorlaat staat dat verschil uitgebreider.
Onze PAV-sets zijn droog zelfaanzuigende vortexpompen. Twee eigenschappen die vaak door elkaar lopen, dus voor de duidelijkheid: droog zelfaanzuigend gaat over opnieuw aanzuigen met een leeg pomphuis, via een apart vacuümsysteem. Vortex gaat over het hydraulisch ontwerp van de pomp. Het zijn twee verschillende dingen die hier allebei van pas komen.
En een misverstand dat hardnekkig is: een zelfaanzuigende pomp zuigt niet actief. Hij maakt een drukverschil aan de zuigzijde en de luchtdruk duwt de vloeistof naar binnen. Daarom telt de zuighoogte mee en is de opstelling geen detail.
De PAV-sets in cijfers
| Set | Aandrijving | Max. debiet | Max. opvoerhoogte | Vuildoorlaat | Aansluiting |
|---|---|---|---|---|---|
| PAV4-200 | Diesel, S-Line | 200 m3/h | 25 mWc | 76,2 mm | 4" |
| PAV4-220 Performance+ | Diesel, S-Line | 220 m3/h | 49 mWc | 76,2 mm | 4" |
| PAV6-450 | Diesel, S-Line | 460 m3/h | 29 mWc | 101,6 mm | 6" |
| PAV6-490 Performance+ | Diesel, S-Line | 490 m3/h | 38 mWc | 101,6 mm | 6" |
| PAV4-22-6 | Elektrisch, E-Line | 215 m3/h | 25 mWk | 76,2 mm | 4" |
| PAV4-30-4 | Elektrisch, E-Line | 220 m3/h | 30 mWk | 76,2 mm | 4" |
| PAV6-22-6 | Elektrisch, E-Line | 360 m3/h | 22,5 mWk | 101,6 mm | 6" |
Twee dingen om hierbij te lezen.
De diesel aangedreven Performance+ versies leveren voornamelijk meer druk dan de basis variant. De Performance+ sets zijn gebouwd met een zwaardere motor die meer vermogen levert en daardoor tot grote prestaties in staat is.
De elektrische E-Line PAV serie is de ideale oplossing voor werk in bebouwd gebied of onder een geluids- of emissie-eis: werken zonder uitstoot op locatie met een stille elektrische pompset dus.
De retourkant
Boorvloeistof gaat niet alleen naar de boring toe. Wat eruit komt moet terug naar de mengunit, en dat is een ander verhaal dan de aanvoer.
Het materiaal is daar zwaarder en viskeuzer dan water, en er ligt vaak een flinke afstand tussen de boorlocatie en de unit. Dan is niet het debiet het knelpunt maar de druk. In die gevallen zet je er druk bij met een boosterpomp.
Onze HM-150 is daar de set voor: tot 100 mWc en tot 400 m3/h, met 38 mm vuildoorlaat. Let op dat die doorlaat kleiner is dan die van de PAV-sets. Een booster is geen vervanging van een set die grof materiaal moet verwerken, hij zet druk bij op wat er al doorheen gaat. Hij is bovendien niet zelfaanzuigend, dus er hoort een aanvoer voor.
Diesel of elektrisch
De PAV-serie recirculatie pompen, en de hoge druk booster pompen, staat in twee aandrijvingen in het verhuurpark. De S-Line serie loopt op diesel, de E-Line pompen zijn elektrisch aangedreven.
De S-Line met Stage V dieselmotor is 100% HVO geschikt. Dit is de ideale keuze op locaties zonder stroomaansluiting.
De E-Line is elektrisch, zonder uitstoot ter plaatse en stiller. Dat is de keuze bij werk in bebouwd gebied of wanneer de vergunning een eis stelt aan geluid of emissie. Voorwaarde is wel dat er voldoende aansluiting op de locatie ligt.
Wat we nodig hebben om mee te rekenen
- Welke diameter en welke lengte heeft het tracé?
- Welk volume boorvloeistof moet er in circulatie blijven, in m3/h?
- Wat is de afstand en het hoogteverschil tussen de boorlocatie en de recyclingunit?
- Is er netstroom op de locatie, en gelden er eisen aan geluid of emissie?
Weet je het debiet en de opvoerhoogte al, vul ze dan in de pomp selector in. Met die vier gegevens erbij bepalen we welke set past en of er aan de retourkant druk bij moet. Twijfel je over het werkpunt, leg dan het tracé voor. Een paar minuten aan de telefoon voorkomt een opstelling die op papier werkt en op de boorlocatie niet.
Veelgestelde vragen
Wat is een bentonietpomp?
Een pomp die is gebouwd voor dikke, schurende boorvloeistof. Bij ons zijn dat de PAV-sets: droog zelfaanzuigende vortexpompen en de HM serie boosterpompen.
Welke set huur ik voor een HDD-boring?
Dat hangt af van het volume dat in circulatie moet blijven en de benodigde druk. De PAV serie recirculatiepompen doen maximaal 200 m3/h tot 490 m3/h en bieden drukken tot 49 mWk. De boosterpompen gaan zelfs tot bijna 100 mWk.
Kan ik een elektrische set huren voor HDD?
Ja, dat is de E-Line PAV. Met een opbrengst tot 360 m3/h en een vuildoorlaat tot wel 101,6 mm, zijn dit onze elektrische krachtpatsers.
Heb ik ook een boosterpomp nodig?
Meestal als de retourleiding lang is of als er hoogteverschil in zit. Dan is druk het knelpunt en niet debiet.
Kan ik een set met slangen huren?
Ja. Geef door welke koppelingen er op de locatie liggen. De PAV-sets zijn aan zuig- en perszijde uitgevoerd met Perrot. De HM-150 heeft Perrot aan de zuigzijde en een flens DN100 PN10 aan de perszijde, dus daar hoort een overgangsstuk bij.
Waar worden deze sets nog meer voor ingezet?
Naast HDD bij tijdelijke rioolbypass en bij afvalwatertoepassingen. Dat is ook waar de brochure ze noemt.

