De pomp draait, het debiet is er, en het water komt toch niet waar het moet zijn. Dat is het moment waarop een boosterpomp in beeld komt.
Een set die op de bouwplaats ruim genoeg capaciteit heeft, krijgt het water soms niet over de dijk, niet door achthonderd meter leiding of niet terug in de mengunit. Niet omdat de pomp te klein is, maar omdat er druk ontbreekt.
Dit artikel gaat over wat een boosterpomp doet, wanneer druk het knelpunt is en waar het in de praktijk op vastloopt.
Wat een boosterpomp doet
Een boosterpomp zet druk bij op een leiding die al vloeistof aanvoert. Hij haalt de vloeistof niet uit een put maar neemt het over van een andere pomp of uit een leiding, en brengt de opvoerhoogte naar een niveau dat één set niet haalt.
Het belangrijkste om te weten: een booster levert geen extra flow. Zet je twee pompen in serie, dan tellen de opvoerhoogtes bij elkaar op en blijft het debiet ongeveer gelijk. Zet je ze parallel, dan telt het debiet op en blijft de opvoerhoogte gelijk.
Die twee worden op de bouwplaats regelmatig verwisseld, met als gevolg een opstelling die niet doet wat ervan verwacht werd. Kort: moet het hoger of verder, dan is het serie. Moet er meer weg, dan is het parallel.
Vier situaties waarin druk het knelpunt is
Het lozingspunt ligt hoog. Over een dijk, een talud op of een tank in. Dat verticale verschil staat vast en je kunt het er niet af rekenen.
De persleiding is lang. Weerstand loopt op met de lengte, de diameter en het aantal bochten. Bij een paar honderd meter leiding is dat geen bijkomstigheid meer maar een flink deel van de benodigde opvoerhoogte. Dit is de factor die het vaakst wordt vergeten.
Retourpompen bij HDD. Het veilig retourpompen van zware vloeistoffen zoals boorvloeistof bij HDD-werkzaamheden. Boorvloeistof terug naar de mengunit brengen vraagt druk, en het materiaal is zwaarder en viskeuzer dan water.
Meerdere sets over afstand. Bij een lange tijdelijke leiding staat er soms een set aan het begin en een booster halverwege. Elke pomp neemt dan een deel van de totale opvoerhoogte.
Waar het assortiment ophoudt zonder booster
De pompsets zijn gebouwd op volume, niet op druk. Dat zie je terug in de getallen.
| Set | Max. debiet | Max. opvoerhoogte |
|---|---|---|
| PA4-160-L | 160 m3/h | 19 mWc |
| PA6-440-L | 440 m3/h | 34 mWc |
| PA6-550 | 550 m3/h | 46 mWc |
| Wielset 82-45-702 | 48 m3/h | 65 mWc |
| HM-150 boosterpomp | 400 m3/h | 100 mWc |
Twee dingen om hierbij te lezen. De kleine wielset komt met 65 mWc hoger dan de grootste pompset, maar dan met 48 m3/h in plaats van 550 m3/h. Veel vloeistof bij hoge druk is dus een andere vraag dan veel vloeistof of hoge druk, en de HM-150 is de enige set die beide combineert.
En: maximaal debiet en maximale opvoerhoogte gelden niet tegelijk. Elke pomp heeft een curve, en hoe hoger je gaat hoe minder er doorheen gaat. De getallen hierboven zijn de uiteinden van die curve en geen werkpunt.
| Pomp | HM150 niet-zelfaanzuigende centrifugaalpomp |
|---|---|
| Aandrijving | DEUTZ TCD7.8 watergekoelde 6-cilinder dieselmotor, 7.755 cm3 |
| Max. debiet | 400 m3/h |
| Max. opvoerhoogte | 100 mWc |
| Zuigzijde | 6″, Perrot female |
| Perszijde | 4″, flens DN100 PN10 |
| Vuildoorlaat | 38 mm |
| Afmetingen | 3.850 x 1.650 x 2.450 mm |
| Gewicht | 4.750 kg |
Het frame is staal, volledig gelast en thermisch verzinkt, met een aftapplug, een olie-afscheidende overloop en heftruckbalken.
Vier dingen om vooraf te weten
Hij is niet zelfaanzuigend. Dat is geen tekortkoming maar het ontwerp: een booster hoort achter een aanvoer te staan. Hij moet dus gevoed worden, door een zelfaanzuigende set ervoor of door een aanvoer die vanzelf water levert. Zet je hem droog aan de zuigzijde, dan komt hij niet op gang.
De vuildoorlaat is 38 mm. Kleiner dan de 76,2 mm van een PA4, terwijl de HM-150 vier keer zo zwaar is. Groot betekent hier dus niet ruim. Zit er grover materiaal in het water, dan hoort er een set voor de booster die dat aankan.
Hij weegt 4.750 kg. Dat vraagt een vaste ondergrond en materieel om hem te plaatsen. De heftruckbalken zitten er niet voor niets, en de plek moet bereikbaar zijn.
De aansluiting wijkt af. Zuigzijde 6″ met Perrot, perszijde 4″ met een flens DN100 PN10. Dat is anders dan de Perrot- en Storz-koppelingen op de rest van het verhuurpark, dus reken op een overgangsstuk.
Wat we nodig hebben om mee te rekenen
- Welk debiet moet er weg, in m3/h?
- Welk hoogteverschil moet er overbrugd worden, van waterpeil naar lozingspunt?
- Hoe lang is de persleiding, welke diameter, en hoeveel bochten zitten erin?
- Wat gaat er door de leiding: water, vervuild water of boorvloeistof?
Met die vier gegevens is te bepalen of één set volstaat of dat er druk bij moet, en zo ja hoeveel. Kom je er niet uit, bel dan. Dat kost een paar minuten en het voorkomt een opstelling die op papier klopt en op de bouwplaats niet.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen een boosterpomp en een gewone pomp?
De toepassing en de curve. Een boosterpomp is gebouwd op druk en neemt het water over van een aanvoer. Een boosterpomp is niet zelfaanzuigend.
Hoeveel voordruk kan een boosterpomp aan?
De toevoer naar de boosterpomp mag maximaal 1 bar zijn. Hogere drukken leidt tot lekkages an de as-afdichting.
Kan ik een boosterpomp los huren?
Ja, maar niet zonder aanvoer. De HM-150 is niet zelfaanzuigend, dus er hoort een set of een aanvoerleiding voor.
Hoeveel opvoerhoogte krijg ik erbij als ik twee pompen in serie zet?
Bij serieschakeling tellen de opvoerhoogtes op en blijft het debiet ongeveer gelijk. Hoeveel dat in jouw situatie oplevert, hangt af van de curve van beide pompen en van de leiding ertussen. Dat rekenen we voor je door.
Is een boosterpomp geschikt voor vuil water?
Tot 38 mm vuildoorlaat. Zit er grover materiaal in, dan is dat een reden om de configuratie anders op te zetten.

